sjtroas202001
sjtroas202002
sjtroas202003
sjtroas202004
sjtroas202005
sjtroas202006
sjtroas202007
sjtroas202008

 

 

   
  sjtroas

iech loof durch de sjtroas
lu winkele
artieste zinge
bis doe ‘t
dem iech huur
je-ermd kótbijenee
jenaesteld inee
je-oamd in de tsiet

iech loof durch de sjtroas
lu jelde
moeziekante klinke
bis doe ‘t
dem iech zuk
jesjenker jejole
vräud verpakd
je-oamd i leefde

iech loof durch de sjtroas
heng i taesj
sjal jeknubd
tswiefel i  sjrit
oes-je-oamd oane diech
sjtimme i lidjer
doe bis ‘t
dem iech ving

 

 INTERVIEW MET WIM HEIJMANS 

 

Wim Heijmans,schrijver van theaterproducties, zijn eigen website www.kerkraadsdialekt.nl , en enkele boeken, zoals 'D'r jank van de tsiet' waarvoor hij de Sjiek-literatuurprijs 2019 kreeg!

 

Geplaatst door Paul Weelen.
Interview:Lieke Heijmans



We bevinden ons in roerige tijden, de lockdown is achter de rug, we krijgen weer wat meer vrijheid. Hoe beleef jij, als schrijver, deze tijden?


Vrijheid is natuurlijk relatief. De mindering van de lockdown wil nog niet zeggen dat men onbekommerd kan zijn. Er zijn genoeg zorgen. En het virus is nog altijd onder ons. Voorzichtigheid blijft geboden. Zeker voor de risicogroepen waartoe ik behoor. Daarbij heeft de coronatijd behoorlijk wat losgemaakt. Als je alleen al kijkt naar de racisme-discussie. Opeens komt het in een grote stroomversnelling terecht. De tolerantie lijkt te groeien. Er is natuurlijk nog veel werk aan de winkel. Maar er worden duidelijke stappen gezet. Meer begrip voor de situatie van de ander en het besef wat het betekent om in een gemeenschap te leven. Tijdens de lockdown werden we eigenlijk op onszelf teruggeworpen. Hebben we ons verdiept in het wezenlijke. Zeker omdat eigenlijk nogal behoorlijk wat randzaken, vaak ontstaan door de groeiende welvaart, minder belangrijk bleken te zijn. Er ging nogal wat op slot. Daardoor gingen je gedachten meer uit naar de vraag wat wezenlijk is voor ons bestaan. Ikzelf heb, naast het gemis van fysiek contact met  mijn naasten en de zorg om de zieken, plezier beleefd aan de rust. Meer tijd voor lezen en schrijven. De mensen die zorgden voor de medemens gaven me vreugde.

Hoe schrijf jij? Hoe ziet je dag er uit? Ben je een gedisciplineerd schrijver die iedere dag een vast programma heeft of een meer spontaan schrijver die de pen oppakt als de inspiratie zich aandient?

In de lockdown periode hanteerde ik een strak stramien. Een keer per week ging ik, heel voorzichtig, naar de supermarkt. De overige tijd bleef ik thuis. In de eerste dagen van de lockdown heb ik een enkele fietstocht gemaakt in het Heuvelland, maar door het onverantwoorde gedrag van groepen fietsers en wandelaars leek het mij raadzaam om  er weg te blijven. In mijn tuin bleef ik dagelijks in beweging door te lopen en oefeningen te doen. Mijn dagindeling was nagenoeg iedere dag hetzelfde. Ik stond ’s morgens om half negen op. Vooral lezen en schrijven. Zo’n vier tot zes uur per dag. Ik heb twee kranten, een regionale en de Volkskrant. Na mijn pensioen in 2009 ben ik begonnen met het bestuderen van de filosofie. Gedreven door mijn nieuwsgierigheid naar essentiële levensvragen, waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe, verzamelde ik literatuur. Mijn interesse was eerder al gewekt op de kweekschool door mijn pedagogiek leraar Pierre Reinaerts. Hij behandelde uitvoerig de fenomenologie en het existentialisme. Dit vond zijn plaats in het democratiseringsproces van de jaren ‘60. Dit heeft voor mijn leven een grote betekenis gehad. De muziek van die tijd, het engagement, de Cobracultuur en schrijvers als Wolkers, Remco Campert. Sinds mijn pensionering heb ik heel wat samenvattingen gemaakt van mijn gekozen literatuur. Niet al mijn aantekeningen had ik opgenomen in mijn pc. Daar heb ik in de coronatijd wel tijd voor gehad.  In de avonduren las ik meer ontspannende boeken. Tegen half elf lag ik íedere avond in bed. Voor het schrijven van mijn gedichten, columns heb ik niet zozeer een vast moment. Het is voor mij intuïtie.

In je laatste boek D'r jank van de tsiet combineer je korte verhalen/columns met poëzie? Hoe verhouden deze twee vormen zich tot elkaar? Heb je stiekem een voorkeur?

Dat is een dilemma. Ik schrijf ze allebei even graag. Maar ik moet ook zeggen dat de gedichten een heel apart feestmoment voor me zijn. Beelden neerzetten, los van regels omtrent rijm, ritme of wat voor schrijfstijlen dan ook. Mijn eigen gang. Zoals ooit Cobra. Oorspronkelijk, duidelijk, primaire kleuren. Net als kindertekeningen. Overzichtelijk, puur, met een latente achtergrond. Ja de gedichten, oorsprong, levensweg, oneindigheid. Ja hoor. Helemaal.

In je columns schrijf je over de schoonheid in het alledaagse, de kleine dingen en hoe deze onlosmakelijk verbonden zijn met het grotere geheel. Hoe kies je uit de veelheid van mogelijke onderwerpen die zich, ongetwijfeld, dagelijks aandienen?

Ook hier speelt de intuïtie een grote rol. Natuurlijk heb ik in mijn leven een levensvisie ontwikkeld. Over mijn idealen kan ik schrijven als ze zich aandienen. En dat is vaak.  Alles heeft eigenlijk met alles te maken. Het boeit me.

Vele personages hebben een vaste plek in je columns, lezers die je goed kennen herkennen (delen van) jou en zichzelf er in. Voor degene die je niet zo goed kennen, welk personage staat het dichtst bij je en/of ligt je na aan het hart?

Ze komen uit mij voort en ook uit de mensen om me heen. Dus ze liggen mij allemaal na aan het hart. Ook de mannen die ik op mijn fietstochten in een dorp op een bank zie zitten. In al mijn figuren zit wel iets van een filosoof. Hannes op de fiets zoekt de stilte op. Daar kan hij zijn gedachten laten gaan. Zijn pedaalslag in de tred van het leven. Ik ervaar het iedere keer op mijn vele fietstochten. Wiel en zijn vrouw Bertie is een lerarengezin. Ze hadden hun eigen schooltijd in de jaren zestig. Ook mijn tijd. ’t Lieza en d’r Joeëhan is een echtpaar in de eenvoud met het oog voor de kleine dingen van de dag, het jaar rond, midden in hun wijk. Daardoor groots in het leven. Ik omarm ze. Ze doen mij denken aan het gezin waar ik in opgroeide. De jongste van tien kinderen. Zingen, toneel, verenigingen. Feesten het jaar rond. En dan de vader met zijn dochters en kleinkinderen in de Adventstijd. Zo dichtbij. Heel dichtbij

Een terugkerend thema in je werk is de liefde, het onvermijdelijke afscheid en verdriet dat daarbij hoort. Helpt hierover schrijven jou bij het verwerken van je eigen verdriet, geeft het weer hoop? Wat wil je dat anderen hier uit halen?

De dood is onbegrepen. Het doet ons enorm veel pijn. Verdriet. We kunnen er niet omheen. Men hoort vaak: ‘een mens wordt geboren om te sterven’. Daartussen is een hele weg. Voor de een kort, de ander lang. Met vreugde en verdriet. Ook voor mij. Vreugde en verdriet delen. Daar gaat het om. Delen. Samen. Daarin zit ook de hoop. Mijn schrijven schenkt me troost om de pijn van het verdriet te dragen. Schenkt mij dank om het plezier van de vreugde te genieten. Op die manier dit anderen te laten delen. Met beelden van oneindigheid.

Je maakt veel gebruik van social media om je werk te delen, toch besloot je in 2017 ook weer een boek uit te geven. Wat is de kracht van het gedrukte woord voor jou? Hoe verhoudt zich dit tot social media?

In 2006 startte ik een eigen website met behulp van Harrie Brouwers. Columns, gedichten, feuilletons, foto’s, info-rubrieken. Met veel plezier werk ik er dagelijks aan. Tot op de dag van vandaag. Met de komst van de sociale media werd het bereik voor de lezers groter en sneller. Voor de promotie van het dialect werkt dit goed. Steeds meer schrijvers delen hun werk met een groeiende groep geïnteresseerden. In 2017 kwam Paul Weelen van de uitgevrij Tic met het voorstel om een boek uit te geven. Een keuze uit mijn columns en gedichten. Ik zag een heel gedoe op me afkomen. Voor mij nogal wat onrust. Maar ook twijfel. Een boek kun je vast houden. Ruiken. Het is een monument. Een oud medium. Dat kun je van de social media niet zeggen. Daarbij stelde hij spontaan voor om op de voorkant van het boek een schilderij te plaatsen van Carla, mijn overleden echtgenote. Voor mij en mijn kinderen was de keuze toen snel gemaakt. Een monument, met een schilderij van Carla en mijn verhalen en gedichten. Het boek werd uitgegeven. ‘D’r jank van de tsiet.’ Kreeg een viersterrenrecensie van Guus Eurlings in het dagblad De Limburger. Verleden jaar bekroond met de Sjieklieteratuurprijs van het Taal- en LetterenPlatform Limburg.

In je columns stip je ook vaak actuele onderwerpen aan, die gevoelig kunnen liggen bij verschillende mensen. Op subtiele wijze laat je blijken wat je van een onderwerp vindt, je kiest niet (meer) voor de harde confrontatie. Kun je eens vertellen waarom je hiervoor kiest?

Ik vind het een uitdaging om over die onderwerpen zo te schrijven, dat het niet in de conflictsfeer komt. Je verliest anders te veel energie. Die heb je nodig om de nuance te zien. Ruimte voor de schoonheid. De tijden van op de barricaden staan liggen achter me. Mijn idealen van een begripvolle en vredige wereld verwoord ik graag in mijn poëzie en proza.

De meeste mensen kennen je als dialectschrijver. Heb je altijd in het dialect geschreven of ben je in het Nederlands gestart?

Op school was Nederlands de standaardtaal. Dus ook mijn opstellen, die ik met veel plezier schreef. Later werd ik onderwijzer en toen was het niet anders. Musicals, gedichten, liedjes, allemaal in het Nederlands. Geleidelijk aan groeide de interesse in het dialect. Niet alleen met carnaval, maar ook bij andere gelegenheden door het jaar. Als kind las ik samen met mijn vader de Carnavalskrant. En luisterden wij thuis vaak naar de Radio Omroep Zuid. Daar werd ook regelmatig dialect gesproken. Toen ik teksten in het dialect ging schrijven, kreeg ik een thuisgevoel. Warme klanken van geborgenheid. De moederschoot. Ik noem het graag ‘de brós van de mam’ (de borst van moeder). Ik merkte dit ook in de omgang met mijn leerlingen. Als we dialect met elkaar spraken was dit drempelverlagend. Het contact intenser. Als je in een mens wilt zijn, moet je in zijn taal komen. Voor de vorming van een mens is dit van belang. Spelen met taal, je er in thuis voelen, zelfvertrouwen. Geen prestatie, maar beleving. Zo zie ik primair de taal van het dialect. Het is geen dogma. Geen verzameling regels. Voel je thuis in je taal met een open deur naar andere talen.  Dan kun je wat voor anderen  betekenen en anderen voor jou. ‘Verstjtoa’ (verstaan) doe je met je oren en met je hart. Versta je met je hart, gaan de oren vanzelf open.


 
 
 

 

D'r Jank van de Tsiet

Wim Heijmans
 

 


Maandagavond 18 januari 2021
19.30 - 21.30 uur
Sjevemethoes, St. Pieterstraat 3, Kerkrade.

Namens Stichting De Drie Ringen nodig ik jullie uit voor een avondje met de Kerkraadse dialectschrijver, Wim Heijmans.
Op het tweede festival Sjiek, kreeg Wim Heijmans voor zijn boek, D'r Jank van de Tsiet, de Sjiek Literatuurprijs 2019. Het boek beschrijft in tientallen verhalen en gedichten hoe de tijd verloopt van begin januari tot eind december.
Aansluitend aan de boekenweek komt Wim voor ons een lezing verzorgen. Het belooft een mooie avond te worden.... voor wie houdt van literatuur, poëzie, taal en dialect of wie daar nieuwsgierig naar is. Laat u verrassen!
Interesse? Dan kun u zich opgeven via onze website: www.dedrieringen.org
Kosten € 10,00 inclusief aangekleed kopje koffie of thee.

 

d’r tsint en d’r piet

e fes va jónk bis aod

 

 

     Deel 17  Eechheursje   

 

(Annet Vincent)

 

 

 

’t Eechheursje hat ziech nit mieë losse zieë.
D’r opa leuft jans häusj durch d’r jaad.
Kiekt ins langs d’r boom eróp. Mar ziet jee eechheursje. Heë huet de noabervrauw in d’r jaad lofe.
 
‘Dag noabervrauw. Iech hauw e eechheursje in d’r jaad.’
‘Ao, dat woar óch hei bij miech.
Iech hauw jet neus oes-jesjträud.
Die zunt noen allenäu voet.’  
‘Da zal ’t wal de neus an ’t versjtaeche zieë vuur d’r winkter.’
‘Iech dink ’t noaberman.’
D’r opa huet in ’t tsimmer de sjel van d’r tillefóng.
‘Iech mós eri. D’r tillefóng jeet.
Dat zal wal ’t klingkink zieë. Het is noen heem.
’t Hat de sjoeël oes.’
Ze jrusse ziech en d’r opa jeet eri.
Heë duit óp ’t knuupje van d’r tillefóng.

‘Opa, hei mit miech.’
‘Dag mie Sjteersje. Wie woar ’t óppen sjoeël?’
‘De juffrauw vingt ’t jediechs-je jans sjun.
Ze hat ’t ópjesjraeve en jeet ’t de angere kinger óch liere.’
‘Fain kink. Iech mós diech óch jet vertselle.
Wits te wat hei óp de sjokkel zoos?’
‘D’r Tsinterkloas?’
‘Nae, e eechheursje. Dat woar óp zuk noa neus.’
‘Hat ’t die vónge?’
‘Joa, bij de naobervrauw.
Die hauw ing tuut in d’r jaad oes-jesjód.’
 
‘Iech han óch wal zin óp neus, opa.
Mar iech han de boot van d’r Tsinterkloas
nog ummer nit jehoeëd.
Da krien iech óch nog jinne sjnuuts en neus.
Kuet mieng boot mar uvver ’t wasser vare.
Da jónge vier d’r Tsinterkloas hoale.’
‘Sjteersje. Iech wees wal wie-ts te dieng boot
uvver ’t wasser kans losse vare.’
‘Ao joa opa?’
‘In d’r busj is inne weier. Doa kanne vier
de boot losse vare.’
 
‘Mama, iech kan noa d’r weier in d’r busj mit de boot.
D’r opa kunt óch.’
‘Sjun kink. Da jon iech óch mit.
‘Opa, de mama jeet óch mit.’
‘Da zient vier ós in d’r busj.’
Flot jeet e noa d’r sjtal.
Pakt e plenks-je, e pöt-je plek en e sjtuk koad.
Duit dat in ing tuut. Da leuft e noa d’r busj.
Deë is nit wied voet.

 
’t Esmée en de mam kome van de angerzie d’r busj eri.
De sjongsdoeës mit de boot hat ’t i jen heng.
D’r opa plekt de boot óp ’t plenks-je vas.
De koad sjtikt e durch e löchs-je in ’t plenks-je.
Maat inne knub dri.
Vuurzichtieg duie ze tsezame ’t plenks-je uvver ’t wasser.
De boot sjokkelt jet. 
‘Woe-woe-woe,’ zeët ‘t Esmée.
 
De mam en d’r opa dunt ‘m noa.
En ópins klinkt uvver ’t wasser van de anger zie óch
‘woe-woe-woe.’
‘De boot van d’r Tsinterkloas,’ ruft ’t Esmée. 
De opa en de mam klatsje in de heng.
Ze hure nog ins: ‘Woe-woe-woe.’
‘Noen krien iech óch jet in d’r sjong.’
Hinger inne boom klinkt de sjtim van d’r pap.
‘Misjien haste al jet kraeje.’
‘Ao joa, papa. Mar iech han d’r sjong nog nit ópjezatsd.’
‘Da mósse vier mar ins bij miech joa kieke,’ zeët d’r opa.
’t Esmée danst in ’t rónk. D’r opa trukt vuurzichtieg de boot werm noa de kank. 
 
Tsezame junt ze noa d’r opa heem. Heë leuft vuuróp.
Bij ’t jadepöats-je bliet e sjtoa.
‘Iech han ’t jezieë. Joa, d’r Tsint is jeweë.’
Óp de sjokkel likt e peks-je mit printe en ing haffel neus. 
’t Esmée laacht.
‘Neus zoeëvöal wie vuur inne reus.’
D’r opa maat ’t pöats-je óp. 
‘Neus jenóg vuur ós. En vuur ’t eechheursje.
En….’
Heë duit teëje de sjokkel.
‘… vuur de oma.’
De sjokkel jeet hin en heer. ’t Esmée kiekt eróp en winkt.
‘Óch vuur de oma.’
Tsezame junt ze eri. De boot midde óp d’r dusj.
’t Esmée, de mam  en d’r pap an ing zie van d’r dusj.
D’r opa an de anger zie. Heë laacht.
‘D’r Tsinterkloas kunt ummer. Wie dan óch.’
Ze losse ziech de printe en de neus jód sjmaache.
An duur jeet de sjokkel nog hin en heer.
Mit de neus vuur ’t eechheursje en de oma.
 
 


 

 

 
 

Festivalgedicht 2020

 
Het bestuur van Stichting Vocallis geeft jaarlijks een opdracht aan een aantal kunstenaars (in de breedste zin van het woord). Die opdracht kan bijvoorbeeld gaan over het maken van een tekening of een schilderij, maar kan ook en gedicht, sonnet of compositie betreffen.
Internationaal Festival Vocallis biedt nieuw en bestaand talent de mogelijkheid om hun creatieve stempel te drukken op het muziekfestival. Dit jaar zijn maar liefst vier nieuwe en bestaande talenten aan de slag gegaan met het thema van dit jaar 'Synergie der Kunsten'.
ln deze nieuwsbrief presenteren wij een routinier in zijn vak: Wim Heijmans.
 
 
Wim Heijmans
Kerkraads schrijver Wim Heijmans heeft speciaal voor Internationaal Festival Vocallis 2020 een gedicht geschreven met de titel Wöad (woorden). Het gedicht van Wim Heijmans is mede tot stand gekomen in samenwerking met Veldeke Limburg.
Wim Heijmans schreef veel toneel- en liedteksten, gedichten en verhalen in zijn eigen Kerkraads. Vorig jaar won hij met zijn bundel 'D'r jank van de tsiet' de Sjiek Literatuurprijs van het Taal- en Letterenplatform Limburg. ln het juryrapport stond destijds: "Heijmans blinkt uit in fijn-humoristische beschrijvingen in proza die in combinatie met de gedichten een diepere laag krijgen."

WÖAD

‘Wöad’, de kompozietsiejoeënsvroag dis joar van ’t Internationaal Festival Vocallis an d’r Willie Arets (moeziek) oes Mastrich en d’r Wim Heijmans (teks) oes Kirchroa vuur ’t festivallid va dis joar. Oes-jeveurd óp zamsdieg 31 oktober 2020 in de Kopermolen Vols durch de talentvolle sopraan Amy Schillings oes Vols en an d’r piano d’r Raimund Laufen.  

 

 

Het gedicht dat Wim Heijmans speciaal schreef voor Internationaal Festival Vocallis 2020:
 
 
Wöad
 
de Wöad oes inne mónk va haas dunt pieng
ze sjnieje trekke vore deep va leed
ze moale bilder vol van angsbesjeed
die Wöad ze binge miensje an hön lieng
 
de Wöad oes inne mónk va vräud dunt jód
ze keure drage klanke deep oes't hats
ze klinke moeziek vol va leefdessjats
die Wöad ze sjenke miensje leëvensmód
 
in alle vrugde zieën iech Wöad i diech
umerme dinke veule jans die doeë
ing ópmoas vuur 'ne leëvensdans mit miech
 
in oavendsjtroale bluits doe deep i miech
jesjiechtens klinke zinge jans die doeë
bejin van inne leefdesdans mit diech

 

 

 

Detsember
’t  Reumiesje joar vong oersjrprunklieg aa mit d’r mond meëts, woadurch d’r detsember d’r tsingde mond is. In ’t Latien: mensis December, d’r tsingde mond

Planete

Tswelf detsember in d'r mörje sjtunt d'r mond en Venus kótbijenee in 't zuudoste. Saturnus en Jupiter zunt kótbijenee tse zieë. Óp zivvetsing detsember sjtunt ze reëts neëver d'r mond. Óp drei-entswantsieg detsember um tswantsieg oer kan me Mars bij d'r mond zieë.

Midwinkter
Óp een-entswantsieg detsember um elf oer tswai is d'r bejin van d'r winlkter.

Orion
't Winktersjterebild Orion is óngerweëgs in 't zuudoste. 't Hat de vorm van inne aierleufer. Duudlieg zunt de drei sjtere in 't midde tse zieë. Evver Orion hat mieë sjtere woadurch 't mieë va zieng betseechnoeng kriet: d'r jeëjer mit piel en boag.

D'r jroeëse beer
In 't noajoar kan me vanaaf drissieg tseptember rónk middenaat 't bekankde sjterebild D'r jroeëse beer in 't Norde zieë. D'r Poolsjteer sjteet d'rneëver. Jenauw in 't norde.

D'r jank van de tsiet
Ing verzamloeng va jediechte en sjtuks-jer proza. D'r sjriever Wim Heijmans nimt d'r leëzer mit óp inne sjpatseerjank durch 't joar. 't Bóch kan me krieje in de bucherjesjefter Deurenberg en Leeskunst i Kirchroa. Óch tse besjtelle bij Uitgevrij TIC, www.uitgeverijtic.nl. ISBN: 978-94-91561-80-1. I 2019 krogg 't bóch D'r Sjiek Lieteratoerpries.

Durch mieng oge

E bóch (2019) mit jediechte van 't Marloes Lammers-Hoekstra. Óch mit Hollendsje uvverzetsoeng.

De vaan hingt oes
E bóch (2020) mit jediechte en jesjiechtens van d'r Tjeu Wetzeler, Holzstraat 74, 6461HR Kerkrade, 045-5464304, twetzeler@hetnet.nl

 

Vertaling gedicht sjtroas

(boven aan de pagina!)

straat

ik loop door de straat
mensen winkelen
artiesten zingen
ben jij het
die ik hoor
gearmd dichtbij elkaar
genesteld ineen
geademd in de tijd

ik loop door de straat
mensen kopen
muzikanten klinken
ben jij het
die ik zoek
geschenken gekocht
vreugde verpakt
geademd in liefde

ik loop door de straat
handen in de zak
sjaal geknoopt
twijfel in voetstap
uitgeademd zonder jou
stemmen in liedjes
jij bent het
die ik vind



 

 


 


 



Sjtille laach

D’r advent en d’r Tsint umerme ziech bij de ieëtsjte keëts. En allebei óp aafsjtand. Koom tse zieë. Waal tse veule. Zoeë bedinkt d’r pap ziech dat óch vuur ziechzelver. Óp waeg noa krismes. Langs d’r Tsinterkloas. Jet sjtiller allenäu dis joar. Mar nit winniejer doa. Ejentlieg endert ziech nuuks. Vuur hem is ’t nog mieë kingertsiet woeëde. D’r Tsinterkloas zoog me koom. En ing keëts woar al jans jet. ’t Liecht zoeë lang jeleie. Mar wat is tsiet?
D’r pap sjtelt ziech bij de jadeduur. Kiekt eroes. Jenauw wie e joar jeleie. Zoeë flot verbij. Mar wat is sjnelheet? Heë drieënt ziech um. Leuft noa de kuche. Óp d’r dusj sjtunt tswai tute. Mit eppel, appetsiene, biere, banane, neus, sjokkelade lettere. En ing keëts. In d’r jank deed e ziech d’r jas aa. Jeet eroes. Zetst de tute bij zieng döatesj bij de vuurdure. Heë lekt e brifje d’rbij.
‘Van d’r Tsint en inne sjunne ieëtsjte advent.’
Mit inne sjtille laach in ’t jezich jeet e werm noa heem. Doa sjtikt e de ieëtsjte keëts aa.
‘Joa lit,’ zeët e. ‘Aafsjtand. Tsiet. Sjnelheet. Lit.’
Heë kiekt noa de vlam.  
‘En ieëwieg jónk, wa pap.’
Heë laacht ins.

Sjtroas

Sjtroas hat mieëdere betseechnoenge: waeg; inne sjmale durchjank óp de zieë; e woad bij ‘t kaatsjpel pokere. 




 

 

PLATTE-WEG

In 'Plat-eweg' vaan Henk Hover op L1 Radio leust Wim veur oet eige werk. 

Nuutsbreef Veldeke
Interview met Wim Heijmans, winnaar van de Sjiek Literatuurprijs

JEDIECHTE-PAD
't Jediechte-pad mit jediechte van d'r Loek van de Weijer, d'r Paul Weële en d'r Wim Heijmans.

    gedichten

    bij geboorte, rouwen en trouwen...

 

JEBOERT

 
 

TROUWE

 
 

ABSJIED

 

 

teller

895593
vandaag44
gister156
deze week664
maand524